Veiligheidsrisico’s van eHealth nog te vaak onderschat

Alphen aan den Rijn, 10 november 2015

eHealth wordt steeds vaker toegepast. Dit is een goede ontwikkeling, omdat daarmee de kwaliteit van de zorg verbeterd kan worden. Maar uit recent onderzoek van het Nictiz, het expertisecentrum voor standaardisatie en eHealth, blijkt dat de veiligheid bij het toepassen van eHealth-technologie vaak sterk te wensen overlaat. In sommige gevallen vallen hierdoor zelfs dodelijke slachtoffers. 

Op 6 november jl. heeft Nictiz de whitepaper “Veilig omgaan met eHealth – dit zeggen de experts” uitgebracht. Het kwalitatieve onderzoek geeft feilloos aan waar de zwakke punten van eHealth liggen. Je zou het onderzoek een tussenstand kunnen noemen van het toepassen van eHealth vanaf februari 2011. Op die datum is immers de NEN 8028 uitgekomen. Deze norm biedt richtlijnen voor het op een veilige manier toepassen van eHealth-technologie in de zorg.

Uiteraard brengt het gebruiken van eHealth-technologie risico’s met zich mee. De geïnterviewde personen constateren dat de grootste risico’s liggen op het terrein van tekortkomingen in de afspraken wie wat doet en waarvoor verantwoordelijk is, en niet zozeer in de techniek. Personenalarmering kan bijvoorbeeld technisch perfect werken, maar uiteindelijk gaat het erom dat de gekwalificeerde persoon op het juiste moment bij de patiënt komt. Volgens de eisen van QAEH – de erkenningsregeling voor bedrijven die eHealth toepassen- is daarom een risico-inventarisatie vereist. En veel bedrijven hebben de risico’s niet goed in kaart gebracht. Ook blijkt tijdens audits, die QAEH uitvoert bij bedrijven, regelmatig dat er in de zorgketen hiaten zitten in de gemaakte afspraken. Het gaat dan bijvoorbeeld om wie de instructies aan de gebruiker/patiënt geeft of wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de apparatuur.

Een voordeel van eHealth is dat het zeer goed kan worden ingezet bij zelfmanagement. Bij zelfmanagement voert de gebruiker/patiënt zelf de regie over het leven met zijn of haar ziekte. Voorwaarde is wel dat de gebruiker/patiënt kan omgaan met de eHealth-technologie en de “logica” die daarvoor nodig is. En niet iedereen bezit dat vermogen.

Daarom wordt bij de audits die QAEH uitvoert, ook gekeken of de mensen die verantwoordelijkheid krijgen, ook hiertoe in staat zijn. Ook is het zeer belangrijk dat patiënten goede uitleg krijgen over wat er van hen wordt verwacht. Zo werkt bijvoorbeeld beeldzorg voor een patiënt met zeer slecht zicht simpelweg niet goed.

Moeten we ons zorgen maken?
Regelmatig verschijnen er diverse nieuwe gezondheidsapps en wordt eHealth hoe langer hoe meer toegepast. Dankzij deze vaak innovatieve toepassingen zien we al een verbetering van kwaliteit van de zorg. Aan de veiligheid van het gebruik van eHealth worden echter geen specifieke wettelijke eisen gesteld. En dit kan leiden tot gevaarlijke situaties.

Het is daarom goed dat er een initiatief is om de veiligheid van eHealth te borgen. QAEH beheert erkenningsregelingen op basis van de NEN 8028 voor het toepassen van eHealth. Dit gebeurt in samenwerking met o.a. WDTM, de brancheorganisatie voor woonzorgtechnologie en personenalarmering. Voor WDTM beheert QAEH het Ketenkeurmerk Woonzorgtechnologie dat in Europees verband wordt gezien als een toonaangevend voorbeeld.

Het is duidelijk dat we er met de eHealth-technologie alleen niet zijn. We moeten er ook voor zorgen dat eHealth veilig wordt toegepast.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met René Ungerer, directeur QAEH. Telefoonnummer 0172-242441