Ketenkeurmerk uitgebreid met mobiele alarmering

Het WDTM-QAEH keurmerk is uitgebreid met een module mobiele personenalarmering.

Mobiele personenalarmering werkt zowel binnen- als buitenshuis, dit in tegenstelling tot de klassieke huisgebonden personenalarmering. Mobiele alarmering werkt met andere technieken, apparatuur en processen daarom zijn de aanvullende eisen die mobiele alarmering stelt, verwerkt in het ketenkeurmerk. Met de nieuwe module is het ketenkeurmerk aangepast voor mobiele alarmering en zijn ook op IP gebaseerde en op app-gebaseerde personenalarmering toegevoegd aan het ketenkeurmerk.

Bij deze uitbreiding van het Ketenkeurmerk is een werkgroep betrokken geweest die bestond uit de volgende WDTM-leden: Dick Bakker (Veilig op Stap), Stijn van der Heijden (FocusCura), Arie Prins (Zintouch), Arjan in ‘t Veld (LiveSafe). De werkgroep werd bijgestaan door Roger Jongen (adviseur) en Wouter Meijer (secretaris).

De besturen van QAEH en WDTM zijn de leden van de werkgroep zeer erkentelijk voor hun inspanningen en het eindresultaat. Ben de Kraker, bestuurslid WDTM: “Als bestuurslid van WDTM ben ik er trots op dat wij als brancheorganisatie toonaangevend blijven in het dynamisch veranderende veld van de personenalarmering. We prijzen ons gelukkig met hun achterban van betrokken en actieve leden die zich inzetten voor deze collectieve prestatie”. Ook Wouter Meijer van QAEH is blij met het resultaat: “QAEH certificeert voor het Ketenkeurmerk, en dus ook voor deze nieuwe module. Ik vond het indrukwekkend om te zien hoe de leden van WDTM zich gezamenlijk inspannen voor kwaliteit en veiligheid. Dankzij deze module kunnen nu ook de kwaliteit en veiligheid van mobiele personenalarmering worden geborgd”.

Enthousiaste werkgroepleden
Dick Bakker (Veilig op Stap): “In onze werkgroep hebben wij naar alle aspecten gekeken die noodzakelijk zijn voor verantwoorde en veilige mobiele personenalarmering. Dankzij deze nieuwe module hebben wij een objectieve maatstaf voor verantwoorde en veilige mobiele personenalarmering. Hiermee kunnen wij onze cliënten nog beter van dienst zijn.”

Stijn van der Heijden (FocusCura): “Mobiele personenalarmering is onderdeel van een zorginnovatie waarmee mensen een passende oplossing kunnen kiezen die goed aansluit bij hun eigen vitaliteit. Door de aanpassingen van het Ketenkeurmerk is het voor ons mogelijk om betrouwbare partners te selecteren die ons helpen mensen langer zelfstandig thuis te blijven wonen.”
 
Roger Jongen (Jongen Zorgt): “Het Ketenkeurmerk is tot stand gekomen door de actieve betrokkenheid van zeer veel leden van WDTM. We hebben deze lijn nu doorgetrokken zodat WDTM ook in de toekomst kan zorgen voor kwaliteit en veiligheid van personenalarmering.”
  
Arie Prins (Zintouch): “Mobiele personenalarmering is een nieuwe ontwikkeling en in de markt is er veel kaf onder het koren. Met deze module is aangegeven wat verantwoorde mobiele personenalarmering inhoudt. De serieuze aanbieders kunnen zich nu nog beter onderscheiden.”
 
Na de toevoeging van de module Mobiele Alarmering hebben WDTM en QAEH nog volop ambities om het Keurmerk door te ontwikkelen en verder uit te breiden. Komende periode zal een nieuwe werkgroep worden samengesteld om het Keurmerk aan te vullen met een module Toegangsbeheer.

Ben de Kraker, bestuurslid WDTM: “De ontwikkelingen in de zorg en de techniek staan niet stil. Personenalarmering zal in de toekomst steeds meer een onderdeel worden van integrale zorg voor mensen die langer thuis blijven wonen en voor mensen met een chronische aandoening. Daarom is het belangrijk het Ketenkeurmerk door te blijven ontwikkelen en uit te breiden met meerdere modules”.

QAEH spreekt op internationale zorg en welzijns conferentie ESPO

Tijdens de ESPO conferentie in Pristina, de hoofdstad van Kosovo, spreekt Wouter Meijer namens de QAEH.

De ESPO is de European Partnership for supervisory organizations in Health services and social care.
Deze organisatie heeft als doel het verbeteren van de kwaliteit van de zorg en welzijnszorg in Europa, tot stand brengen van relaties en kennisuitwisseling stimuleren tussen accrediterende instanties en stakeholders.
Wouter Meijer verzorgt een presentatie over de normeringen en standaarden van eHealth zoals deze in Nederland van toepassing zijn. Deze keer vindt de conferentie plaats op 2 en 3 juni.

Download het conferentieprogramma.

Hoe herkent u de risico’s van e-Health?

Tijdens het congres E-Health Best Practise Day, georganiseerd door Zorgvisie in de Jaarbeurs op 18 mei aanstaande, heeft Wouter Meijer, secretaris van QAEH een workshop gegeven over het veilig gebruik van e-Health.

Zoals de naam doet vermoeden, moesten de deelnemers ècht aan de slag. Na een kernachtige, inhoudelijke inleiding op het thema volgenden 3 verschillen casussen die in groepjes werden besproken: Tele-dermatologie, personenalarmering en telemonitoring. Voor de analyse werd gebruik gemaakt van een praktische matrix waarmee je risico’s inzichtelijk maakt, een evaluatie kan doen en de risicobehandeling kunt benoemen. Hierna volgde de plenaire bespreking van de opbrengst uit de subgroepen.

 workshop

Uitleg groepjes

Met bijna 50 deelnemers werkzaam in onder andere zieken- en verpleeghuizen, GGZ instellingen, het onderwijs, de farmaceutische industrie en bij zorgverzekeraars kijken we terug op een succesvolle workshop. De hoge opkomst is ook een bewijs dat de veiligheidsaspecten bij de inzet van e-Health aandacht heeft!

Tijdens de bijeenkomst heeft QAEH ook haar nieuwe dienst de E-Health scan geïntroduceerd. Een dienst waarmee organisaties de risicofactoren kunnen herkennen.

Wilt u meer weten hoe u met de risico’s van e-health om kan gaan? Of heeft u vragen over QAEH? Neem dan contact op.

 

De QAEH E-health scan brengt de risico’s van uw e-health toepassing in beeld

ehealth scan icoonE-health speelt hoe langer hoe meer een belangrijke rol binnen het zorgproces. Daarom zijn eisen voor kwaliteit en veiligheid van E-health van toenemend belang.
Wanneer u een E-health dienst aanbiedt, wilt u er zeker van zijn dat deze dienst veilig is. Niet alleen voor wat betreft de techniek, maar ook voor wat betreft de processen. Risicomanagement is de sleutel voor veiligheid. De eerste stap is het herkennen van risicofactoren.
Met de QAEH E-health scan krijgt u een systematisch inzicht in mogelijke risico’s. Met deze nieuwe dienst van QAEH krijgt u ook advies voor hoe u deze risico’s kunt aanpakken. Na het aanmelden voor de scan wordt er een afspraak gemaakt en komt een auditor-adviseur bij u langs voor een gesprek. Dit resulteert in een rapport met een advies over hoe u om gaat met de veiligheidsaspecten rondom e-health en wat u kunt doen ter verbetering daarvan. Een onafhankelijk advies dus.
De e-health scan kunt u ook gebruiken om in te schatten wat u nog zou moeten doen om zich te laten certificeren voor de QAEH of WDTM normen die gelden voor veiligheid van de E-health processen. Deze certificering is de aanvulling op de certificering voor ISO 9001, voor het specifieke geval van E-health.
Meer informatie of aanmelden voor de E-health scan is te vinden op de E-health scan webpagina

Acceptatie van technologie door zelfstandig wonende ouderen: resultaten van onderzoek

Wereldwijd vergrijst de bevolking in een rap tempo. Voor Nederland is de prognose dat binnen 25 jaar een kwart van de bevolking zal bestaan uit 65-plussers. Nieuwe technologie kan het leven van deze ouderen een stuk aangenamer maken, maar technologie kan ook ingewikkeld zijn, en zorgen voor ongemak. Tegenwoordig wordt er veel verwacht van technologie als hulpmiddel om ouderen te helpen bij het zelfstandig wonen. Maar wat zorgt er nu voor dat een ouder iemand technologie in huis neemt of krijgt? En wat zorgt ervoor dat hij of zij technologie wil en kan gebruiken? Sebastiaan Peek, promovendus bij Tilburg University en Fontys Hogescholen, en tevens bestuurslid van stichting QAEH, doet hier onderzoek naar.  Hiertoe zijn er diepte-interviews afgenomen over het gebruik van o.a. ICT apparaten, zorgtechnologie, huishoudelijke apparatuur en vervoermiddelen. Het unieke aan het onderzoek is dat Sebastiaan samen met collega onderzoekers jarenlang 70-plussers thuis heeft bezocht. Of zelfstandig wonende ouderen technologie gebruiken blijkt af te hangen van een combinatie van:

(1)            ervaren problemen bij het zelfstandig wonen, en of technologie als oplossing wordt gezien;
(2)            wat ouderen denken en voelen bij technologie (o.a. of het nodig is, zelfvertrouwen);
(3)            de positieve/negatieve rol van het sociale netwerk (familie, buren);
(4)            de rol van de fysieke omgeving (past het bij het huis).

Deze zaken zijn specifieker beschreven in een model. Met dit model kan per oudere gekeken worden op welke gebieden ondersteuning wenselijk is om technologiegebruik beter mogelijk te maken. In de toekomst wordt het model doorontwikkeld om zo vooraf te kunnen voorspellen of een technologie gebruikt gaat worden door ouderen. Daarnaast is er lesmateriaal ontwikkeld voor mbo en hbo studenten uit de zorg en de techniek, zodat zij zelfstandig wonende ouderen beter kunnen ondersteunen in hun technologiegebruik. Dit is nodig, want voor jongeren is het vaak lastig zijn om voor te stellen hoe het is om oud te zijn, en hoe het is om als ouder iemand om te gaan met technologie.

Meer informatie over het onderzoek is te verkrijgen via www.fontys.nl/langerthuis, of door een e-mail te sturen naar s.t.m.peek@tilburguniversity.edu

Coöperatie VGZ stelt WDTM-QAEH Ketenkeurmerk verplicht voor leveranciers van Personenalarmering

Als eerste ziektekostenverzekeraar in Nederland heeft Coöperatie VGZ het WDTM-QAEH Ketenkeurmerk opgenomen in haar hulpmiddelenreglement 2016. Verzekerden kunnen voortaan alleen voor vergoeding van Personenalarmering in aanmerking komen wanneer de leverancier van de alarmering in het bezit is van het WDTM-QAEH Ketenkeurmerk. De leverancier moet dus aantonen dat hij aan de eisen voldoet die het keurmerk stelt.

Masha Dikmans, Zorginkoper Hulpmiddelen bij Coöperatie VGZ licht toe waarom Coöperatie VGZ voor het Ketenkeurmerk als kwaliteitseis heeft gekozen “Voor ons als verzekeraar is het ondoenlijk om voor alle producten die wij inkopen een uitgebreide kwaliteitstoets uit te voeren. Als blijkt dat er vanuit de branche een onafhankelijk keurmerk bestaat, dan maken wij daar graag gebruik van.”

Prof. Ernst Roscam Abbing, voorzitter van stichting Quality Assurance eHealth (QAEH), is erg blij met de stap van Coöperatie VGZ. “Wij zien dit als een bewijs van erkenning van de kwaliteit van het WDTM-QAEH Keurmerk door Coöperatie VGZ. Wij verwachten dat in de nabije toekomst ook andere verzekeraars het voorbeeld van VGZ zullen volgen en ons onafhankelijke Keurmerk als verplichting opnemen in hun reglementen. Voor hen is het ook goed om te weten dat ons Keurmerk ook internationaal wordt gewaardeerd en dat het een belangrijke bouwsteen is voor een Europees keurmerk dat momenteel wordt ontwikkeld. Het is bovendien goed nieuws voor de eindgebruikers die, zeker in noodsituaties, moeten kunnen vertrouwen op feilloze diensten op het gebied van personenalarmering”.

Personenalarmering wordt gebruikt om in geval van nood een verbinding te maken met een alarmcentrale of met het sociale netwerk van de gebruiker. Vergoeding door een ziektekostenverzekeraar vindt plaats op basis van een medische indicatie.

Wilt u meer informatie over het ketenkeurmerk neem dan contact met ons op.

Veiligheidsrisico’s van eHealth nog te vaak onderschat

Alphen aan den Rijn, 10 november 2015

eHealth wordt steeds vaker toegepast. Dit is een goede ontwikkeling, omdat daarmee de kwaliteit van de zorg verbeterd kan worden. Maar uit recent onderzoek van het Nictiz, het expertisecentrum voor standaardisatie en eHealth, blijkt dat de veiligheid bij het toepassen van eHealth-technologie vaak sterk te wensen overlaat. In sommige gevallen vallen hierdoor zelfs dodelijke slachtoffers. 

Op 6 november jl. heeft Nictiz de whitepaper “Veilig omgaan met eHealth – dit zeggen de experts” uitgebracht. Het kwalitatieve onderzoek geeft feilloos aan waar de zwakke punten van eHealth liggen. Je zou het onderzoek een tussenstand kunnen noemen van het toepassen van eHealth vanaf februari 2011. Op die datum is immers de NEN 8028 uitgekomen. Deze norm biedt richtlijnen voor het op een veilige manier toepassen van eHealth-technologie in de zorg.

Uiteraard brengt het gebruiken van eHealth-technologie risico’s met zich mee. De geïnterviewde personen constateren dat de grootste risico’s liggen op het terrein van tekortkomingen in de afspraken wie wat doet en waarvoor verantwoordelijk is, en niet zozeer in de techniek. Personenalarmering kan bijvoorbeeld technisch perfect werken, maar uiteindelijk gaat het erom dat de gekwalificeerde persoon op het juiste moment bij de patiënt komt. Volgens de eisen van QAEH – de erkenningsregeling voor bedrijven die eHealth toepassen- is daarom een risico-inventarisatie vereist. En veel bedrijven hebben de risico’s niet goed in kaart gebracht. Ook blijkt tijdens audits, die QAEH uitvoert bij bedrijven, regelmatig dat er in de zorgketen hiaten zitten in de gemaakte afspraken. Het gaat dan bijvoorbeeld om wie de instructies aan de gebruiker/patiënt geeft of wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de apparatuur.

Een voordeel van eHealth is dat het zeer goed kan worden ingezet bij zelfmanagement. Bij zelfmanagement voert de gebruiker/patiënt zelf de regie over het leven met zijn of haar ziekte. Voorwaarde is wel dat de gebruiker/patiënt kan omgaan met de eHealth-technologie en de “logica” die daarvoor nodig is. En niet iedereen bezit dat vermogen.

Daarom wordt bij de audits die QAEH uitvoert, ook gekeken of de mensen die verantwoordelijkheid krijgen, ook hiertoe in staat zijn. Ook is het zeer belangrijk dat patiënten goede uitleg krijgen over wat er van hen wordt verwacht. Zo werkt bijvoorbeeld beeldzorg voor een patiënt met zeer slecht zicht simpelweg niet goed.

Moeten we ons zorgen maken?
Regelmatig verschijnen er diverse nieuwe gezondheidsapps en wordt eHealth hoe langer hoe meer toegepast. Dankzij deze vaak innovatieve toepassingen zien we al een verbetering van kwaliteit van de zorg. Aan de veiligheid van het gebruik van eHealth worden echter geen specifieke wettelijke eisen gesteld. En dit kan leiden tot gevaarlijke situaties.

Het is daarom goed dat er een initiatief is om de veiligheid van eHealth te borgen. QAEH beheert erkenningsregelingen op basis van de NEN 8028 voor het toepassen van eHealth. Dit gebeurt in samenwerking met o.a. WDTM, de brancheorganisatie voor woonzorgtechnologie en personenalarmering. Voor WDTM beheert QAEH het Ketenkeurmerk Woonzorgtechnologie dat in Europees verband wordt gezien als een toonaangevend voorbeeld.

Het is duidelijk dat we er met de eHealth-technologie alleen niet zijn. We moeten er ook voor zorgen dat eHealth veilig wordt toegepast.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met René Ungerer, directeur QAEH. Telefoonnummer 0172-242441